Overweging Driekoningen
Overweging ‘Driekoningen’, 8 januari 2012 door René Klaassen
Bij de lezingen: Jesaja 60; 1-6 en Matheus 2; 1-12
Nu we het verhaal van Matheus écht uit de bijbel gehoord hebben, hebben de slimmeriken onder ons al direct één belangrijk ding opgemerkt: in de bijbel staat ‘μαγοι’ = magoi = ‘wijzen’ en niet ‘koningen’. Er komen wijzen uit het oosten. Als wij in Bethlehem gaan staan en naar het oosten kijken komen die wijzen uit Babylonië en Mesopotamië. Wie weet uit Arabië. Hun namen horen we ook niet. Caspar Melchior en Balthasar zijn pas ergens in de vroege middeleeuwen bedacht. Zij waren in hun tijd wetenschappers, mensen die heel veel van sterrenkunde af wisten, mensen die heel veel oude boeken gelezen hadden, mensen die de toekomst voorspelden. Zij hadden gestudeerd. Wanneer we ze met mensen uit onze tijd zouden moeten vergelijken zouden het godsdienstwetenschappers zijn. Mensen, professoren, die bij een universiteit horen. Mensen van aanzien, rijke mensen. Zowel rijk in kennis als in ervaring en soms ook nog in geld. Mensen op zoek naar de waarheid achter de wereld, mensen op zoek naar God. Eigenlijk gewoon net als wij dus.
Ook uit de geschenken die ze bij zich hebben, mirrhe, wierook en goud, leren we, dat het belangrijke en tegelijk rijke mensen waren. Lang niet iedereen had goud of wierook of mirrhe en zeker niet iedereen kon dat zomaar weggeven, zonder er iets voor terug te vragen. Zij gaven ons hun bijbelse voorbeeld met hun geschenken.
Misschien mag ik vandaag met u en met jullie nog een keer goed naar de stal van de herbergier in Bethlehem kijken. Wie daar waren, wat er daar gebeurde en waarom.
Jozef en Maria hebben niet geweten hebben wat ze overkwam. Zoveel bijzondere dingen op een rij. Negen maanden voor het kind in Bethlehem geboren wordt brengt een engel aan Maria een boodschap van God en niet alleen een boodschap. Ze krijgt ook het mooiste geschenk dat een moeder kan krijgen: een zwangerschap, een kind. Ook in onze tijd zeggen mensen dat een kind krijgen eigenlijk een geschenk uit de hemel is.
Ook was er de ster, die de plaats aan heeft gewezen waar het allemaal moest gebeuren. In die functie van aanwijsster was hij wederom een geschenk van de hemel. Zonder de ster waren er geen herders op bezoek geweest, die Jezus en zijn ouders de eerste dagen van voedsel hebben voorzien. Zonder de ster hadden de wijze mannen nooit de stal gevonden. Ze hadden in hun wijsheid immers al bij het paleis van koning Herodes aangeklopt ?
Het gaat in het verhaal aan de lopende band over boodschappen van God, berichten uit de hemel: Maria, wees niet bang, maar je gaat de moeder worden van Jezus. Van de zoon van God, van de koning van de vrede. Jozef blijf bij Maria, je houdt toch van haar? En zij houdt ook van jou, blijf samen voor de rest van je leven. Herders: hier is het gebeurd, ga kijken en vergeet vooral niet te doen waar je goed in bent: deel van het weinige eten dat jullie hebben , want de man en de vrouw in de stal hebben niets anders dan hun kind en hun ezel. Wijzen: ga op reis, verlaat je belangrijke plaats in de wereld en ga kijken en onderstreep met je aanwezigheid het belang van deze mens Jezus van Nazareth. En bij een tweede bericht van de engel horen de wijzen dat ze niet via Jeruzalem, maar via een andere weg naar huis terug moeten keren. Boodschappen, die we niet anders kunnen begrijpen dan dat ze van God, als geschenken uit de hemel, op aarde neerdalen en de mensen die het mee maken geloven erin.
Zelfs de os en de ezel zijn geschenken die Jozef en Maria niet zelf hebben geregeld. Jozef heeft waarschijnlijk heel hard moeten werken om een ezel te kunnen hebben. Daarna moest hij er telkens voor zorgen dat wanneer het beest te oud werd hij weer een jonge ezel moest zien te krijgen, telkens een veulen van de oude ezel. Iedere keer weer een geschenk van God, zo dacht hij waarschijnlijk. De os was al in de stal, want de herbergier heeft vast een ossenwagen gehad om de kruiken bier en wijn en olijfolie van de markt naar zijn huis te halen. De os staat in het verhaal symbool voor de liefde. Hij verdrijft met de warmte van zijn adem, de kou uit de harten van de mensen in de stal. Alweer een godsgeschenk. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder warmte en met de warmte van de adem van de os wordt natuurlijk de liefde bedoeld. Naastenliefde, waarmee mensen voor elkaar hebben leren zorgen. Als baby ontvang je als het goed is, liefde en wel zoveel in de eerste jaren, dat je er de rest van je leven van kunt blijven uitdelen zonder zelf ooit te kort te komen. In die betekenis is ook de liefde een geschenk uit de hemel, want het is in geen winkel of marktkraam te koop.
Maar wanneer we ouder worden, leren we meer en meer over hoe de werkelijkheid van de wereld waarin wij gegeven zijn ons opneemt, in beslag neemt. We leren af om die geschenken uit de hemel te zien en te herkennen wanneer de engelen om ons heen ze brengen. En toch geloof ik, geloven wij dat geschenken uit de hemel bestaan. Ieder van ons die een kind gekregen heeft zal dat beamen. Velen van ons die een dierbare verloren hebben, ... een sterven van dichtbij hebben meegemaakt ... die troost ervaren wanneer de situatie erom vraagt … kennen zo’n ervaring. Maar ook mensen die in nood precies op het goede moment geholpen zijn, door een buurvrouw, door familie, door een dokter, soms door een volslagen onbekende, een vreemde, zal die persoon als een engel of beschermengel, ervaren hebben.
In het kerstverhaal, en heel speciaal in het deel van de herders die naast de wijzen, samen in de stal verenigd staan rond de baby Jezus, komt Gods aanraken van de aarde aan het licht. Zijn onzichtbare, maar beschermende hand, wordt voor mensen zichtbaar in oprechte aandacht, in naastenliefde, in zorg zonder er wat voor terug te willen ontvangen, in liefde, in geloof en blind vertrouwen. Dat wij tot een gemeenschap van mensen mogen worden, die blijven geloven in deze waardevolle geschenken uit de hemel.
En mocht u, of een van jullie per ongeluk héél veel geluk ten deel vallen, weet dan dat er de bedoeling achter zit dat u het deelt met hen die er te weinig van ontvangen. Wij hebben de schepping ‘on-af’ in handen gekregen, als een geschenk uit de hemel en wanneer wij de signalen, die als geest met de geboorte, met het leven van Jezus uit Nazareth in de wereld zijn gekomen goed verstaan, weten we dat wij zelf de handen zijn die het werk van vervolmaken te doen hebben. Wij zijn de engelen die aan elkaar de boodschap moeten doorgeven. Deze boodschap, van oprechte aandacht, naastenliefde, zorg zonder voorwaarden, liefde en blind vertrouwen, is een boodschap van alle tijden en van alle religies. Dat wij tot een gemeenschap mogen worden die dit uitvoert.
Bij de lezingen: Jesaja 60; 1-6 en Matheus 2; 1-12
Nu we het verhaal van Matheus écht uit de bijbel gehoord hebben, hebben de slimmeriken onder ons al direct één belangrijk ding opgemerkt: in de bijbel staat ‘μαγοι’ = magoi = ‘wijzen’ en niet ‘koningen’. Er komen wijzen uit het oosten. Als wij in Bethlehem gaan staan en naar het oosten kijken komen die wijzen uit Babylonië en Mesopotamië. Wie weet uit Arabië. Hun namen horen we ook niet. Caspar Melchior en Balthasar zijn pas ergens in de vroege middeleeuwen bedacht. Zij waren in hun tijd wetenschappers, mensen die heel veel van sterrenkunde af wisten, mensen die heel veel oude boeken gelezen hadden, mensen die de toekomst voorspelden. Zij hadden gestudeerd. Wanneer we ze met mensen uit onze tijd zouden moeten vergelijken zouden het godsdienstwetenschappers zijn. Mensen, professoren, die bij een universiteit horen. Mensen van aanzien, rijke mensen. Zowel rijk in kennis als in ervaring en soms ook nog in geld. Mensen op zoek naar de waarheid achter de wereld, mensen op zoek naar God. Eigenlijk gewoon net als wij dus.
Ook uit de geschenken die ze bij zich hebben, mirrhe, wierook en goud, leren we, dat het belangrijke en tegelijk rijke mensen waren. Lang niet iedereen had goud of wierook of mirrhe en zeker niet iedereen kon dat zomaar weggeven, zonder er iets voor terug te vragen. Zij gaven ons hun bijbelse voorbeeld met hun geschenken.
Misschien mag ik vandaag met u en met jullie nog een keer goed naar de stal van de herbergier in Bethlehem kijken. Wie daar waren, wat er daar gebeurde en waarom.
Jozef en Maria hebben niet geweten hebben wat ze overkwam. Zoveel bijzondere dingen op een rij. Negen maanden voor het kind in Bethlehem geboren wordt brengt een engel aan Maria een boodschap van God en niet alleen een boodschap. Ze krijgt ook het mooiste geschenk dat een moeder kan krijgen: een zwangerschap, een kind. Ook in onze tijd zeggen mensen dat een kind krijgen eigenlijk een geschenk uit de hemel is.
Ook was er de ster, die de plaats aan heeft gewezen waar het allemaal moest gebeuren. In die functie van aanwijsster was hij wederom een geschenk van de hemel. Zonder de ster waren er geen herders op bezoek geweest, die Jezus en zijn ouders de eerste dagen van voedsel hebben voorzien. Zonder de ster hadden de wijze mannen nooit de stal gevonden. Ze hadden in hun wijsheid immers al bij het paleis van koning Herodes aangeklopt ?
Het gaat in het verhaal aan de lopende band over boodschappen van God, berichten uit de hemel: Maria, wees niet bang, maar je gaat de moeder worden van Jezus. Van de zoon van God, van de koning van de vrede. Jozef blijf bij Maria, je houdt toch van haar? En zij houdt ook van jou, blijf samen voor de rest van je leven. Herders: hier is het gebeurd, ga kijken en vergeet vooral niet te doen waar je goed in bent: deel van het weinige eten dat jullie hebben , want de man en de vrouw in de stal hebben niets anders dan hun kind en hun ezel. Wijzen: ga op reis, verlaat je belangrijke plaats in de wereld en ga kijken en onderstreep met je aanwezigheid het belang van deze mens Jezus van Nazareth. En bij een tweede bericht van de engel horen de wijzen dat ze niet via Jeruzalem, maar via een andere weg naar huis terug moeten keren. Boodschappen, die we niet anders kunnen begrijpen dan dat ze van God, als geschenken uit de hemel, op aarde neerdalen en de mensen die het mee maken geloven erin.
Zelfs de os en de ezel zijn geschenken die Jozef en Maria niet zelf hebben geregeld. Jozef heeft waarschijnlijk heel hard moeten werken om een ezel te kunnen hebben. Daarna moest hij er telkens voor zorgen dat wanneer het beest te oud werd hij weer een jonge ezel moest zien te krijgen, telkens een veulen van de oude ezel. Iedere keer weer een geschenk van God, zo dacht hij waarschijnlijk. De os was al in de stal, want de herbergier heeft vast een ossenwagen gehad om de kruiken bier en wijn en olijfolie van de markt naar zijn huis te halen. De os staat in het verhaal symbool voor de liefde. Hij verdrijft met de warmte van zijn adem, de kou uit de harten van de mensen in de stal. Alweer een godsgeschenk. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder warmte en met de warmte van de adem van de os wordt natuurlijk de liefde bedoeld. Naastenliefde, waarmee mensen voor elkaar hebben leren zorgen. Als baby ontvang je als het goed is, liefde en wel zoveel in de eerste jaren, dat je er de rest van je leven van kunt blijven uitdelen zonder zelf ooit te kort te komen. In die betekenis is ook de liefde een geschenk uit de hemel, want het is in geen winkel of marktkraam te koop.
Maar wanneer we ouder worden, leren we meer en meer over hoe de werkelijkheid van de wereld waarin wij gegeven zijn ons opneemt, in beslag neemt. We leren af om die geschenken uit de hemel te zien en te herkennen wanneer de engelen om ons heen ze brengen. En toch geloof ik, geloven wij dat geschenken uit de hemel bestaan. Ieder van ons die een kind gekregen heeft zal dat beamen. Velen van ons die een dierbare verloren hebben, ... een sterven van dichtbij hebben meegemaakt ... die troost ervaren wanneer de situatie erom vraagt … kennen zo’n ervaring. Maar ook mensen die in nood precies op het goede moment geholpen zijn, door een buurvrouw, door familie, door een dokter, soms door een volslagen onbekende, een vreemde, zal die persoon als een engel of beschermengel, ervaren hebben.
In het kerstverhaal, en heel speciaal in het deel van de herders die naast de wijzen, samen in de stal verenigd staan rond de baby Jezus, komt Gods aanraken van de aarde aan het licht. Zijn onzichtbare, maar beschermende hand, wordt voor mensen zichtbaar in oprechte aandacht, in naastenliefde, in zorg zonder er wat voor terug te willen ontvangen, in liefde, in geloof en blind vertrouwen. Dat wij tot een gemeenschap van mensen mogen worden, die blijven geloven in deze waardevolle geschenken uit de hemel.
En mocht u, of een van jullie per ongeluk héél veel geluk ten deel vallen, weet dan dat er de bedoeling achter zit dat u het deelt met hen die er te weinig van ontvangen. Wij hebben de schepping ‘on-af’ in handen gekregen, als een geschenk uit de hemel en wanneer wij de signalen, die als geest met de geboorte, met het leven van Jezus uit Nazareth in de wereld zijn gekomen goed verstaan, weten we dat wij zelf de handen zijn die het werk van vervolmaken te doen hebben. Wij zijn de engelen die aan elkaar de boodschap moeten doorgeven. Deze boodschap, van oprechte aandacht, naastenliefde, zorg zonder voorwaarden, liefde en blind vertrouwen, is een boodschap van alle tijden en van alle religies. Dat wij tot een gemeenschap mogen worden die dit uitvoert.
| < Vorige |
|---|


