Overweging 1 augustus 2010
Overweging zondag 1 augustus 2010 door G. Verwoerd
Broederschap - zusterschap (Pred.1, 2+2, 21-23; Luc. 12, 32-48)
1.Ik zou met u vandaag aan een grote ronde tafel willen zitten.
Waar ieder om beurten zijn verhaal kon vertellen. Over die keren
in je leven dat je in nood zat, dat een ander het zag, je te
hulp schoot en verlichting gaf. Soms kan een mens zo omhoog zitten.
Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt. Ik
zelf durf niet hardop om hulp te roepen, als ik in de rats zit.
2. Een jaar of 20 geleden - ik was net in Nijmegen en ik zat krap.
Mijn broer Theo had dat opgevangen. Ik ging hem ter harte, al heel
lang. Hij wilde voor me in actie komen en zocht naar de goede
manier. Via een huisgenoot van mij die hij kende, deed hij me
anoniem af en toe een bedrag toekomen. Ik vroeg: van wie komt dat?
Ja, dat mocht mijn huisgenoot niet zeggen. Na het tweede bedrag
wilde ik de gever bedanken, schreef hoe blij ik was met wat hij me
toestopte, gaf de kaart aan mijn huisgenoot die naam en adres erop
zette. Dus die van mijn broer. Na een poosje heeft mijn broer toch
gezegd dat hij het was. Het heeft onze verhouding niet geschaad.
3. Ziet u wat er gebeurt: de ene broer ziet dat de ander krap zit,
hij kan het niet langer aanzien. Zo'n verhaal kan ieder van u ver-
tellen. Mensen die krap zitten en niet hardop om hulp durven roepen.
Die zijn er altijd: in Nijmegen en in de hele wereld. Begrijpt u nu
waarom die zin uit het evangelie van deze zondag mij zo aanspreekt.
Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt. De
erfenis, is dat niet teveel ? Ja. Maar ook een fractie van je
erfenis delen met de ander die elke cent moet omdraaien, doet wat.
Die ander, die mens-in-nood, u of ik of wie ook, voelt zich dan
gezien, gerespecteerd en gesteund.
4. De ander gaan zien ...
Twee vrienden van mij gaan als toerist naar Nepal, maandenlang. En
daar gebeurt wat waardoor zij veranderen. Ze hebben in de bergen een
jonge man die hun bagage draagt. Ze leren hem kennen en zijn familie.
Ze besluiten op een bepaald ogenblik hem te adopteren, en gaan zijn
studie bekostigen.
Er gebeurt nog meer. Ze hebben gezien dat in het dorp waar hij woont
mensen elke dag drie uur moeten lopen voor schoon water. Elke dag
drie uur heen en drie uur terug, willen ze niet aanhoudend ziektes
oplopen door gebruik van sterk vervuild water in en buiten het dorp.
Bij mijn twee vrienden ontstaat het idee: een schoon water project
voor drie dorpen daar.
Bij hun terugkomst hoor ik meer van hun plannen, en denk mee over
publiciteit en fondswerving. Ik raak betrokken. En ik word wakker!
Ik denk: verrek ( mag je niet zeggen in de kerk), ik heb op de bank
nog een bedragje staan en ik doe daar al jaren niets mee. Ik hef de
rekening op en geef aan hen 450 euro. Dat geld staat er maar te
staan, en nu wordt het van een dood bedrag opeens een bronnetje van
leven. Ik moest ook weer denken aan mijn broer Theo die zag dat ik
krap zat, een manier zocht om mij met respect te hulp te komen, en
die ook vond, en mij gaf wat hij kon missen.
5. Soms wordt iemand die jij langzaam beter leert kennen, voor jou
een soort zoon of dochter, of een soort broer of zus. Wonderlijk
is die ontdekking: mensen die wij helpen zijn lang niet allemaal
zielepoten: ze doen soms alles wat ze kunnen en ik kan niet uit
over hun levenskracht en over hun geloof in God. Uiteindelijk
hebben wij dezelfde vader, onze Vader. Je zou dat gebed nog op
een nieuwe manier gaan bidden: Onze Vader ...
G. Verwoerd

Broederschap - zusterschap (Pred.1, 2+2, 21-23; Luc. 12, 32-48)
1.Ik zou met u vandaag aan een grote ronde tafel willen zitten.
Waar ieder om beurten zijn verhaal kon vertellen. Over die keren
in je leven dat je in nood zat, dat een ander het zag, je te
hulp schoot en verlichting gaf. Soms kan een mens zo omhoog zitten.
Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt. Ik
zelf durf niet hardop om hulp te roepen, als ik in de rats zit.
2. Een jaar of 20 geleden - ik was net in Nijmegen en ik zat krap.
Mijn broer Theo had dat opgevangen. Ik ging hem ter harte, al heel
lang. Hij wilde voor me in actie komen en zocht naar de goede
manier. Via een huisgenoot van mij die hij kende, deed hij me
anoniem af en toe een bedrag toekomen. Ik vroeg: van wie komt dat?
Ja, dat mocht mijn huisgenoot niet zeggen. Na het tweede bedrag
wilde ik de gever bedanken, schreef hoe blij ik was met wat hij me
toestopte, gaf de kaart aan mijn huisgenoot die naam en adres erop
zette. Dus die van mijn broer. Na een poosje heeft mijn broer toch
gezegd dat hij het was. Het heeft onze verhouding niet geschaad.
3. Ziet u wat er gebeurt: de ene broer ziet dat de ander krap zit,
hij kan het niet langer aanzien. Zo'n verhaal kan ieder van u ver-
tellen. Mensen die krap zitten en niet hardop om hulp durven roepen.
Die zijn er altijd: in Nijmegen en in de hele wereld. Begrijpt u nu
waarom die zin uit het evangelie van deze zondag mij zo aanspreekt.
Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt. De
erfenis, is dat niet teveel ? Ja. Maar ook een fractie van je
erfenis delen met de ander die elke cent moet omdraaien, doet wat.
Die ander, die mens-in-nood, u of ik of wie ook, voelt zich dan
gezien, gerespecteerd en gesteund.
4. De ander gaan zien ...
Twee vrienden van mij gaan als toerist naar Nepal, maandenlang. En
daar gebeurt wat waardoor zij veranderen. Ze hebben in de bergen een
jonge man die hun bagage draagt. Ze leren hem kennen en zijn familie.
Ze besluiten op een bepaald ogenblik hem te adopteren, en gaan zijn
studie bekostigen.
Er gebeurt nog meer. Ze hebben gezien dat in het dorp waar hij woont
mensen elke dag drie uur moeten lopen voor schoon water. Elke dag
drie uur heen en drie uur terug, willen ze niet aanhoudend ziektes
oplopen door gebruik van sterk vervuild water in en buiten het dorp.
Bij mijn twee vrienden ontstaat het idee: een schoon water project
voor drie dorpen daar.
Bij hun terugkomst hoor ik meer van hun plannen, en denk mee over
publiciteit en fondswerving. Ik raak betrokken. En ik word wakker!
Ik denk: verrek ( mag je niet zeggen in de kerk), ik heb op de bank
nog een bedragje staan en ik doe daar al jaren niets mee. Ik hef de
rekening op en geef aan hen 450 euro. Dat geld staat er maar te
staan, en nu wordt het van een dood bedrag opeens een bronnetje van
leven. Ik moest ook weer denken aan mijn broer Theo die zag dat ik
krap zat, een manier zocht om mij met respect te hulp te komen, en
die ook vond, en mij gaf wat hij kon missen.
5. Soms wordt iemand die jij langzaam beter leert kennen, voor jou
een soort zoon of dochter, of een soort broer of zus. Wonderlijk
is die ontdekking: mensen die wij helpen zijn lang niet allemaal
zielepoten: ze doen soms alles wat ze kunnen en ik kan niet uit
over hun levenskracht en over hun geloof in God. Uiteindelijk
hebben wij dezelfde vader, onze Vader. Je zou dat gebed nog op
een nieuwe manier gaan bidden: Onze Vader ...
G. Verwoerd
| < Vorige | Volgende > |
|---|

