Overweging 16 januari 2011
Overweging 16 januari 2011 door Gerard Verwoerd
Een geschenk uit de hemel.
1.Johannes de Doper wijst op Jezus en zegt: daar is het Lam
van God, degene die de zonde van de wereld wegneemt. Johannes
kende Jezus eerst niet. Hoe kan het, dat iemand die jou eerst
niet opviel, ja, die jou onbekend was, voor jou iets van God
wordt; hoe kan het dat die persoon voor jou zoveel gaat
betekenen, dat je soms uitroept: God, wat ben ik blij dat ik
die en die in mijn leven mocht tegenkomen ?
Moet je bijzonder wezen om voor een ander een geschenk uit de
hemel te zijn ?
Ben je het soms, zonder dat je het zelf beseft?
2. Mag ik u twee voorbeelden geven uit eigen ervaring.
Het eerste. In het voorjaar van 2002 wordt in de Boskapel een
boek gepresenteerd "Verlaat Verdriet", geschreven door een vrouw
uit Berg en Dal, Mieke Ankersmid die haar moeder verloor toen ze
12 was. Een kennis van mij is bij die presentatie betrokken, ze
zingt er liederen met anderen, en ze zegt: Gerard, is dat niks
voor jou ? Jij hebt je moeder toch ook vroeg verloren. Ik ga er
heen, woon de middag bij, volg diezelfde zomer een workshop van
een week, samen met lotgenoten die vader of moeder ook vroeg
kwijt waren. Alles onder leiding van Mieke Ankersmid, de schrijf-
ster van Verlaat Verdriet. In die zomer begint mijn moeder die
ik nooit gekend heb, voor mij te leven.
Ik ben tot op de dag van vandaag God dankbaar dat ik met Mieke
Ankersmid die ik helemaal niet kende, kennis mocht maken. En ..
dat iemand mij naar haar verwezen heeft. Iemand die ik niet kende,
maakt mijn levenspad dat zo lastig begon, begaanbaarder. En een
kennis van mij wees mij op haar. Een onbekende, voor mij een
geschenk uit de hemel.
3. Het tweede voorbeeld. Een kind, werkelijk een geschenk uit de
hemel.
U weet dat ik op straat muziek maak voor een goed doel. In het
najaar van 1999 stond ik voor het eerst op straat. Mijn reper-
toire van melodietjes had ik op een schaal geplakt. Maar ik had
zo iets van: ik ga niet bedelen. Dus lei ik de schaal niet op de
grond, maar stak hem tussen mijn benen. Totdat na een tijdje een
jochie van een jaar of vijf naar mij toe schuifelde en zachtjes
vroeg: waar moet ik mijn centjes neerleggen ? Onmiddellijk pakte
ik de schaal tussen mijn benen vandaan en hield hem die voor.
Toen kon hij zijn stuiver en dubbeltje kwijt.
Ik zal dat kind nooit vergeten, ik zal ook nooit zijn naam kennen,
maar hij was toen mijn leermeester: ' als ik jou wat wil geven
omdat ik je muziek mooi vind, waarom wil je dat niet aannemen ?'
Een kind leert me te ontvangen, me open te stellen voor wat er is,
voor wat er komt. Dat kind ..wegwijzertje in mijn leven, een
geschenk van God.
4. En nu Johannes de Doper, een figuur waar alles en iedereen op
afkomt. Niet alleen de fatsoenlijk mensen, ook het uitschot, het
gajes, de afperser; ja zelfs de soldaten van het romeinse bezet-
tingsleger. Mensen zijn door de ontmoeting met Johannes een
nieuw leven begonnen, zijn een beter medemens geworden: iemand
die - als het kan - met anderen deelt wat ie heeft; iemand die
van oneerlijke handel overgaat op eerlijke; iemand die niet meer
zijn macht misbruikt, maar er een goed gebruik van gaat maken.
Johannes spreekt ieder aan. En dat hij koning Herodes aanspreekt:
"U pikt de vrouw van uw broer", kostte hem de kop.
Die Johannes ... nooit wordt het zo gezegd of gezien, maar voor
mij is hij een soort Lam van God dat de zonde van de wereld weg-
neemt. En deze Johannes zegt nooit: ik ben de man, ik ben het!
Hij wijst ieder die op hem afkomt naar een onbekende, naar Jezus
die hij met behulp van boven heeft leren kennen als een geschenk
van God.
De nederigheid van Johannes ...ja, al dat onopvallende voorwerk
wat allerlei bekenden en onbekenden voor ons doen, opdat ons
levenspad meer begaanbaar wordt. Mensen die - zoals al die sneeuw-
ruimers en zout- en zandstrooiers deze winter - zorgen dat we op
onze levensweg geen onnodige uitglijders maken.
5. Mensen als geschenk van God, die ons op de levenweg wijzen
op valkuilen, en ervoor zorgen dat wij niet onderuitgaan. Soms
kennen wij hen helemaal niet; soms wijst iemand ons op zo'n engel
van God. Johannes die naar Jezus verwijst en het heel niet over
zichzelf heeft: het gaat om de werken van God midden in deze
wereld, door soms onbekenden, door kinderen, door schrijfsters,
door sneeuwruimers en al die anderen die ervoor zorgen dat wij
niet onderuitgaan.
Een mens, een kind dat ons een weg wijst, een goed stuk weg.
Zo'n mens tegenkomen, waar je van opknapt.
Het gebeurt.
Ik dank je, God.
Gerard Verwoerd
| < Vorige |
|---|


