Overweging 20 februari 2011
Overweging zondag 20 februari door Gerard Verwoerd en Vera van Jaarsveld 
Beste mensen, op deze zondag 20 februari beginnen we de jaaractie.
Om slachtoffers van de ziekte aids in India in hun struggle for life
moreel en financieel te ondersteunen. Door zo'n ziekte als aids
wordt je leven verzwakt en ontwricht; elke hulp van buitenaf is een
houvast.
In Augustus van het afgelopen jaar is het begonnen; op de vergadering van
de lazaristen waar ik bij hoor, in Parijs met 60 nationaliteiten. Thema:
hoe kun je in deze wereld trouw zijn aan je roeping om mensen-in-nood
van dienst te zijn? Creatief zijn, vindingrijk! Ik maakte kennis met een
medebroeder van me uit India, Sebastian. Die man reist al vier jaar lang
- samen met anderen - elke dag 40 km op en neer om aidslijders en
hun gezinnen te hulp te komen. Daar gaat al hun inspanning en geld
in zitten. Hij wil met twee van zijn collega's nu tussen die mensen gaan
wonen. Kun jij me helpen, zei die, om aan geld te komen: dat we er een
huis kunnen bouwen. 20.000 kunnen we zelf bij elkaar krijgen. Zie jij kans
om aan 50.000 te komen ? Ik kon dat helemaal niet, maar daar dacht ik op
dat ogenblik niet aan. Ik zei JA in het vertrouwen: Ik vind mensen die met
mij meevoelen, meedenken en mee gaan werken. Mijn vertrouwen is niet
beschaamd: vanaf augustus is er hier en elders heel wat op gang gekomen.
Voor mij is het einddoel: de slachtoffers van aids in India .. Als het
mijn eigen broers of zus was, hoe zou ik dan reageren ? Elke hulp van
buitenaf is een houvast.
2. Ik ben met de parochianen van de Stephanus-Christus Koning hier
terechtgekomen in de traditie van de Dominicusparochie. Ik weet nog de
eerste keer. Ik zat in de kerk. Na het voorlezen van het evangelie werd
het boek vanaf het altaar weer de kerk ingedragen en op de lessenaar
gelegd. Alsof het woord van God, alsof God zelf op een heel stille manier
onder ons is, onder ons verblijft, hoe wij ook zijn. God te midden van ons
In een groep als de onze heb je mensen die ons mogen en mensen die ons
niet zo mogen; mensen die ons groeten en mensen die langs ons lopen;
mensen die met het goede en mensen die met het verkeerde been uit bed zijn
gestapt; mensen die ons liggen en mensen die ons irriteren. Lieve mensen
wij zijn net als het volk van God in het Oude en in het Nieuwe Testament:
een groep van goedwillende onvolmaakte mensen. God die wij in ons midden
hebben, laat over al die soorten de zon opgaan, laat over al die harmonie
en disharmonie zijn regen neerdalen. O, kon die Geest van God toch over
ons komen ..
3. Kunnen mensen uit verschillende werelden kontakt met elkaar krijgen?
Vera, mag ik je uitnodigen hier te komen. Jij bent in India geweest.
Jij uit de wereld van Nederland en Europa, kwam in de wereld van India.
Jij hebt ervaring hoe verschillende werelden elkaar kunnen treffen.
Vertel eens: wat deed het met je ?
(Vera vertelt)
In 2003 vertrok ik naar India om vrijwilligerswerk te doen. Ik ging als
achtttienjarige, vers van het VWO af, naar Varanasi in Noord-India naar
een project van Pater Frans Baartmans. De eerste paar dagen waren heftig.
Ik voelde me een vreemde in dit land, alles leek anders en nieuw. Vele
uren heb ik op een stoeltje gezeten voor mijn kamertje en was ik vooral
aan het observeren. Zo leerde ik langzaamaan mijn omgeving kennen.
Mensen kwamen langs voor een babbeltje, ik kreeg kopjes chai (Indiase
thee) en elke dag aardde ik een beetje meer in dit nieuwe land. Ik ging
de lokale kleding dragen, leerde mijn eerste woordjes Hindi en at het
Indiase voedsel. Zo integreerde ik een beetje en werd de eerst vreemde
wereld vertrouwd en een beetje eigen.
Ik was gekomen om Engelse les te gaan geven. En daar begon ik dus al snel
mee. Ik gaf ook les aan een groep meiden die naailessen volgden op het
project waar ik verbleef. Het waren echte dorpsmeisjes, verlegen maar ook
heel nieuwsgierig. Het lesgeven was lastig, het niveau verschilde
onderling sterk. Bovendien was het vooral gezellig in de les met de
meiden. Zij leerden mij veel Hindi woorden en ik voelde een verbondenheid
met deze meiden. Ze waren ongeveer mijn leeftijd en in de beslotenheid van
het leslokaal werd er veel gegeind. Ik werd in sari gehezen door de meiden
en bleef telkens langer plakken na en voor het officiele lesuurtje. Ik nam
de meiden mee naar buiten om samen met ze te badmintonnen of volleyballen.
Dit was best bijzonder want sportende meiden werden daar niet vaak gezien.
Vijf maanden later vertrok ik weer, het Engels van de naaimeiden was wat
beter, mijn Hindi was zelfs vייl beter geworden dankzij hen, maar bovenal
was er een gevoel van vriendschap ontstaan, een vertrouwdheid met deze
Indiase meiden waardoor ik me thuis was gaan voelen in India. Ruim een
jaar geleden was ik weer in India, op rondreis ditmaal. In Varanasi zocht
ik 'mijn' project weer op. De naaimeiden waren er niet meer. Zij hadden
hun naaidiploma's gehaald en leefden weer in de omringende dorpen. Met een
Indiase docent ging ik de meiden toch opzoeken in de dorpen. En ja hoor,
daar zag ik Seema weer, en Bandna, Sunita, Chandana, Rabita. Ze herkenden
mij ook meteen. Het voelde vanaf de eerste seconde weer heel vertrouwd. De
meiden waren vrouwen geworden, sommigen zelfs al getrouwd met het
kenmerkende rode poeder in hun haarscheiding. Mijn hindi borrelde weer op
en we kletsten alsof er helemaal geen zeven jaar waren verstreken.
India zou ik nooit meer vergeten dankzij deze bijzondere, openhartige en
lieve meiden. Ik heb waarschijnlijk meer geleerd van hen dan zij van mij.
Daar ben ik ze nog steeds dankbaar voor.
-Vera van Jaarsveld.
4. ( G.Verwoerd gaat verder)
Begin jaren '90 was ik op een open dag in de Lindenberg, en zag een
demonstratie van oosterse tempeldans, gegeven door ene Madhoeri. Ik heb
er een tijd aan meegedaan, maar hield er toch mee op: het ging me te snel.
Ik heb Madhoeri ooit gezegd: jij hebt me geleerd hoe ik de Mis moet doen.
Als je danst betuig je eerst eerbied aan de godheid, je danst voor de goden
Als ik de Mis doe, ben ik dienst van God, mijn Heer.
Er is nog iets: vanaf 2001 ben ik bij een koor dat o.a. mantra's uit het
hindoeisme zingt. In mijn kontakt met Vera begon ik spontaan er een te
zingen. (vertaling: God, u bent aanbiddelijk in de benedenwereld, de
tussenwereld en de bovenwereld. Daar word ik stil van: er gaat zo'n
straling uit van u; wilt u mijn gedachten leiden). Ik zong: Ohm Bhur Bhuva
Svaha, tat savitur varennyam, bhargo devasha djimahi, dio yona pracho
dayath. Vera kende die mantra ook! en begon mee te zingen.
En zei: ik kan dat dansen.
( Gerard zingt de mantra 3 x, Vera danst hem, gekleed in sarong; als we
klaar zijn is er opeens .. applaus)
5.Tot besluit een stukje uit de email die ik van pater Sebastian kreeg
op 1 februari."Wil je Anton en Ger en al die anderen die met jou actie
voeren, bedanken voor wat ze voor mijn mensen hier doen. Ook die
journalist die het artikel geschreven heeft. Wij proberen hier materiele
hulp te bieden. Dat eerst. Maar belangrijk is nog meer dat die
slachtoffers van aids, door familie en maatschappij verschopt, zich
gezien weten en zich geaccepteerd voelen; dat ze ervaren dat wij ze mogen.
Dat waarderen ze zo; dat geeft hun de moed door te gaan met leven: het
maakt hen vastberaden, hun durf groeit."
Sebastian is onder de indruk van hun levensmoed. Hij wil onder hen gaan
wonen. Of wij hem willen helpen met de bouw van een huis. Als de Heer het
huis niet bouwt, werken de bouwers tevergeefs ...
Gerard Verwoerd
| < Vorige | Volgende > |
|---|


