Overweging 3 juli 2011 door Marij Kosman

“Beeld van God”

Lezingen: Exodus 3,1-7 en 9-14. Johannes 10, 1-9

Deze kaart met een afbeelding van Jezus heb ik meegebracht van een vakantie uit Kreta. Het was een week voor Pasen en in de supermarkten waren dit soort kaarten te koop, ook in A4 formaat.
Het is een Paaskaart met een wat zoetige afbeelding en veel goudkleur.
Sommige mensen vinden dit kitsch. Deze kaart staat bij mij op de vensterbank.
Soms roept deze kaart een bepaalde irritatie op, maar ik kan er geen afscheid van nemen. Is het een afbeelding die me denken doet aan mijn jeugd?
Hou ik stiekem van glitter en goud?  Of is het de deur die me aanspreekt? Of gaat het om de herdersstaf?


We kennen vele afbeeldingen van Jezus, maar degene waarmee we opgevoed zijn kunnen een diepe snaar raken. De symbolen op deze kaart kunnen wereld voor ons openen. Ze verwijzen naar het Johannes Evangelie, waarin Jezus over zich zelf zegt: “Ik ben de deur”. “Ik ben de goede herder”.
De deur naar het koninkrijk Gods, een wereld van vrede en gerechtigheid, of een deur naar een open ruimte.  De herdersstaf van de goede herder, die beschermt en leidt. Als we verdwaalt zijn worden we weer op het goede pad gezet, we worden gezocht en gevonden.
Vertrouwde beelden die ons een gevoel van houvast, veiligheid en troost geven.

De christelijke traditie geeft ook minder gebruikelijke  beelden van Jezus door. De middeleeuwse mystica Julian of Norwich noemt Jezus “onze moeder” en “voedstervader”.
Deur, herder, moeder, licht.
Talrijke beelden van Jezus en ze verwijzen naar een diepere betekenis, naar iets wat achter de beelden en woorden ligt.

En de beelden van God?
Jezus noemde God, ‘Vader’, ‘Abba’, het betekent ‘pappa’. Het geeft een intieme relatie aan tussen vader/ouder en kind aan. “Vlees van mijn vlees”. “Je komt uit mij voort”.
In de Bijbel wordt meestal het woord ‘Heer’ voor God gebruikt.
Stelt u zich eens voor dat uw voorganger in de viering van volgende week
God consequent aanspreekt met ‘zij’ en ‘moeder’.
Denkt U dan: “O, wat geweldig”. “Dit raakt me echt”. Of irriteert het u en krullen de tenen in uw schoenen. En waarom dan?
De beelden van uw voorkeur verwijzen naar opvoeding, cultuur, ervaringen en maatschappijvisie.

Een feministe zoekt een vervanging voor het woord ‘Heer’. Het doet haar denken aan eeuwenlange mannelijke overheersing en maatschappelijke onderdrukking van vrouwen.
De buurvrouw van diezelfde feministe verbindt het woord ‘Heer’, met de heerlijkheid van de schepping, die bezongen wordt in de psalmen.
We denken in beelden van God die we prettig vinden, die bij ons passen.
Wij maken een beeld van God.

Maar ieder beeld kan ook leiden tot beeldvorming.
Beeldvorming is een term, die vaak gebruikt wordt in de dialoog tussen christenen en moslims. Het gaat over vastgeroeste meningen, waardoor de ander beperkt wordt en in een hokje terecht komt. Door het gebruik van stereotiepe beelden kunnen we de ander niet meer werkelijk zien.
Beeldvorming over God, over onze medemens en over onszelf. We hebben ooit te horen gekregen dat we maar matig zijn in taal. Zelfs al schrijven we een prachtig essay, ieder spellingfoutje wordt als een ramp ervaren en bevestigd ons beeld ‘matig in taal’. Beeldvorming over God, de medemens en onszelf doet geen recht aan de werkelijkheid. Maar wat is dan de werkelijkheid?
Wie is God?
Wie is onze medemens?
Wie ben ik?

We gaan te rade bij de eerste lezing van vandaag. God onthult aan Mozes zijn werkelijke naam, zijn wezen: “Ik zal er zijn”. “Ik ben die ik ben”.
‘Zijn’.  ‘Ik ben’. Het verwijst naar het mysterieuze ‘zijn’, ongrijpbaar en onbegrijpelijk. Voorbij aan al onze beelden.
En wij dan? Wij zijn geschapen naar het beeld van God. In ons diepste wezen een mysterie van het ‘zijn’, voorbij aan alle beelden.
Voorbij aan alle beelden? Zo maar zijn? Wat abstract en vaag, zult u denken. Wat moet ik daar nou mee. Een aantal voorbeelden:




Straks gaat u op vakantie. Eindelijk. Na een hectische reisvoorbereiding en een urenlange  autorit, zit u op een terrasje en laat alles van zich afvallen, gewoon maar zijn. Ontdaan van stress en beelden, een moment van vrijheid en rust. Beelden over uw partner, die naast u zit, vallen ook weg. ’s Morgens noemde u hem/haar nog een ‘egoïst’ en nu kijkt u naar hem/haar in vrijheid. U kunt de ander weer zien.

Mediteert u weleens? Bent u begonnen met een cursus Mindfulness bij het Han Fortman centrum. Een moderne hype? Of gewoon een oeroude methode om de beelden in uw hoofd tot bedaren te brengen, los te laten en gewoon maar te zijn.

Of een bijzonder, onverwachts moment in uw leven, waarbij een scheur in uw beeldenrijk ontstaat, een deur, een opening naar een eindeloze ruimte en leegte. Oorverdovend en stil tegelijk. En dan de ervaring van ‘Ik Ben’. De ervaring van eenieder ‘Ik Ben’.
U rent naar het Centraal station, zoals iedere morgen neemt u de trein naar uw werk. De dakloze, die altijd in dezelfde hoek zit, ziet u nu voor de allereerste keer. Door zijn gerimpelde gelaat schijnt: ‘Ik Ben’. Voor de allereerste ziet u de mensen. U ziet wie ze werkelijk zijn.

Beelden over onszelf of over de ander of over God. We zijn een groot beeldenrijk. Het zegt iets over ons, onze opvoeding, cultuur, maatschappijvisie en ervaringen. Als u straks naar huis gaat, welk heiligenbeeld hangt aan uw muur of zit in uw hoofd? Hebt u net een icoon geschilderd? Welke afbeelding en welke kleuren hebt u gebruikt? Beelden kunnen we vormgeven in verhalen, kunstwerken en spel. En spiegel voor ons zelf. Vaak met een lach en soms met een traan. We kunnen ervan genieten, ze koesteren en we kunnen ze bestormen.
En daaronder door? Altijd ‘Ik Ben’, een eeuwige stroom van zijn.
Ik Ben.