Overweging 11 september 2011
Gemeenschappelijke overweging bij de installatie van het Effata-pastoraal ondersteunings-team op zondag 11 september.
Teksten 1 Kor. 1 Kor. 12: 4-11, uit Joh 5.
Marij Kosman:
Heb elkaar lief.
Dat is de boodschap van Jezus aan zijn leerlingen en aan ons.
Centraal in de verhalen over Jezus staat de liefde. De liefdeskracht die uitgaat van Jezus, geneest de mensen. Hij zoekt juist diegene op, die genezing en bevrijding nodig hebben.
Jezus verkondigt de belangrijkste geboden van de Joodse geloofstraditie: ‘Heb je God lief’ en ‘Heb je naaste lief, zoals jezelf’.
Volgens David Flusser, een Joodse wetenschapper, radicaliseert Jezus deze liefdesboodschap. Jezus voegt er nog iets aan toe: ‘Heb je vijanden lief’. Vijanden.
Soms ontdek je de eerste de beste vijand in jezelf. Soms huist er in ons een gewonde, woedende draak, die vuur spuugt bij het minste of geringste. Zo’n draak heeft onze zachtmoedige liefde nodig.
Zachtheid zet aan tot genezing en moed is nodig om de draak te temmen. En dan die draken in de buitenwereld. Als we goed kijken herkennen soms wel iets van die draken. Ook deze draken hebben liefde nodig. Het is niet altijd een sinecure, de liefde.
De weg van de liefde is smal en voert deels door een dorre woestijn.
In navolging van Jezus kiezen we telkens weer voor deze weg.
Ja, Jezus zelf is de weg, hij is de mens geworden liefde van God en hij leidt ons naar het licht.
Wij komen steeds weer als gemeenschap bijeen om elkaar aan deze liefdesboodschap te herinneren en om dit samen te vieren.
René Klaassen:
De symboliek uit dit verhaal is simpel: Jezus zelf zegt: ‘Mijn vader God’, wij gebruiken liever de naam de Eeuwige, ‘is de wijngaardenier’. De initiatiefnemer én de eigenaar van de schepping, die alles mogelijk heeft gemaakt: dag en nacht, licht en duister, de zee en het land de planten de dieren en de mensen : de wijngaard. En toen het af was heeft die Eeuwige ons, eenvoudige gewone mensen, gelovend en niet gelovend, die wijngaard in beheer gegeven.
‘Ik ben de wijnstok’ zegt Jezus en jullie zijn de ranken zegt hij tegen zijn leerlingen en tegen ons. Hij maakt een beslissend onderscheid in belangrijkheid. De vruchten, de druiven, groeien aan de ranken en niet aan de wijnstok zelf. Die beeldspraak wordt bewust gebruikt om de kern, het met elkaar verbonden moeten zijn om vrucht te kunnen dragen duidelijk te maken.
En het gaat allemaal om de vruchten, het uiteindelijke resultaat van alle bemoeienis van wijngaardenier, God, de wijnstok Jezus, de ranken en de hun vruchten, de werkers in de wijngaard, wij en ons geloof. Het gaat uiteindelijk om wat we zelf, samen in verbondenheid ervan maken.
Op een bruiloft veranderde Jezus water in wijn op het moment dat zijn inspirerende werk op aarde begon. Nu ons werk aan deze wijnrank, onze parochie weer van voor afaan lijkt te beginnen, een nieuw scheut aan de wijnrank ontspruit, heb ik even gedacht ook maar wijn mee te nemen, maar die staat er al zoals het hoort.
Wie in de wijngaard mogen werken, of ze nu van het eerste uur zijn of van het laatste maakt niet uit, zijn bezield van de gaven van de geest uit de eerste lezing, ieder met een eigen talent, al twijfel ik aan het feit dat wij wonderen gaan doen.
Laten we met elkaar in die geest verbonden blijven, u, jullie en wij. Moge onze nieuwe samenwerking, ons onderling door die geest verbonden zijn, in de toekomt goede vruchten dragen, waar goede wijn uit voort zal komen. Wijn waar velen, kenners en vreemden, op af zullen komen om ervan mee te proeven.
Laten we met elkaar in die geest verbonden blijven …
Annemie Herinx:
Een gewone doordeweekse dag op ons parochiecentrum. Het is woensdagochtend. In de dagkapel zit een groepje mensen klaar voor bibliodrama; in de sacristie en huiskamer wordt gewerkt aan de nieuwe zangmappen; als ik op het secretariaat kom staat de koffie al klaar; en onze studenten zijn actief met naar het buiten dragen van de groene vuilniszakken. Effata leeft, dacht ik. Mensen, hoe verschillend ook, vinden er hun weg.
Wat bindt al die mensen toch kun je je afvragen, wat brengt ons samen?
Het antwoord ligt besloten in de opdracht van vandaag: ‘’Om vrucht te dragen heb ik jullie gezonden’’. Wij vinden elkaar omdat wij daaraan willen bijdragen, ieder naar vermogen.
Als Jezus praat over vrucht dragen, doelt hij op goede vruchten, vruchten die leiden tot vreugde, tot heelheid, tot een bevrijd bestaan. Erik Borgman, lekendominicaan, zegt in dit verband dat het er op aankomt stevig geworteld te zijn in de dragende grond van ons bestaan. Geworteld te zijn in God, betere grond bestaat er immers niet. Vandaar antwoord geven op het appèl van onze naaste brengt goede vrucht voort. Effata heet het huis waarin wij dit alles mogen leren. Effata heet het huis waarin ik als pastor graag met u verblijven wil, waar wij elkaar kunnen inspireren goede vrucht te dragen. Dan zullen ook hier sporen van God zichtbaar worden.
Frits Muller:
Als je in de jaren '70 naar de bioscoop ging liep je een gerede kans dat de pauze werd ingeleid door gerammel met collectebussen. Daaraan voorafgaand werd er een filmpje vertoond over het Bio-vakantieoord, een instelling voor gehandicapte kinderen. Dat filmpje werd afgesloten door een jongen die, leunend op de rand van het zwembad, zich tot de toeschouwers richtte en zei: “en weet je wat nou zo leuk is: dat mijn ouders niet kunnen zwemmen en ik wèl!”.
We hebben niet allemaal hetzelfde meegekregen, van moeder natuur, van onze ouders, van de Geest en we hebben met die gaven niet allemaal hetzelfde gedaan of kunnen doen.
De één heeft een onwankelbaar geloof ontwikkeld, waar een ander zich over verwondert, dan wel jaloers op is,
de ander heeft een onvoorstelbaar scherp verstand, een goed geheugen, maar is tegelijk in sociaal opzicht beperkt.
Anders gezegd: ieder vogeltje, ieder mensenkind zingt, spreekt zoals het gebekt is...
Dat geldt voor u en dat geldt voor ons als voorgangers. Daarom verteld ieder kort een eigen verhaal naar aanleiding van de texten van Paulus en Johannes
Waar het daarbij om gáát, geeft Paulus aan in zijn brief waaruit we zojuist hoorden.
“Aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen”. Dat “welzijn van allen” in onze geloofsgemeenschap bestaat bij de gratie van ons aller inzet. Inzet met hart en ziel en verstand.
De één heeft daarbij een wat zichtbaarder taak dan de ander.
Maar wat er op zondag in de kerkzaal gebeurt is van zeker zo'n groot belang als het gebeuren hier op het liturgisch centrum.
“Het antwoord van de gemeente”; zo heet in de liturgie úw bijdrage: zingen, bidden, intenties aandragen, delen van brood en wijn, als antwoord op de verkondiging van het woord. Mogelijk heeft u bij dat zingen wel eens getwijfeld over de inhoud van uw antwoord...
Ik heb u geregeld lastig gevallen met eigentijdse liederen, liedteksten waarvan de betekenis niet altijd bij eerste lezing duidelijk was.
Ik ben blij dat ik vanaf nu ook de gelegenheid zal zijn om daarover met u van gedachten te wisselen.
De keuze van liederen, de tekst ervan in het groter geheel van de liturgie is nooit toevallig.
Wat wij zingen vormt samen met de gelezen teksten, de overweging en de gebeden één harmonisch geheel tot eer van God en tot welzijn van deze geloofsgemeenschap.
Zo doende zijn wij, zo heel verschillend als wij zijn, verbonden met elkaar en met allen die ons zijn voorgegaan in de christelijke traditie, vanuit de opdracht die Jezus ooit aan zijn leerlingen gaf: dat wij elkaar liefhebben met de liefde die hij ons heeft toegedragen.
“Liefde” dat Grote Woord, zo abstract, maar soms ook zo concreet.
Tot slot.
Over liefde, zoals die werkzaam kan zijn in, en tussen mensen,
hoorde ik onlangs een opmerkelijk concrete typering (H. O.)
"Ik versta onder liefde: die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van hartstocht en hoofsheid,
van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen,
van lange trouw en spontaniteit, waarmee mensen elkaar bejegenen.
Ik versta onder liefde ook: de denkkracht en de intuïtiekracht,
de wijsheid en de wetenschap en alle fantasie en volharding,
en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, tegen alle afbraak in."
(Einde citaat )
Wat mij betreft vallen de liefde en het leven van de gemeenschap samen,
Het leven van de gemeenschap is immers bedoeld is als uitdrukking van de liefde van God.
Moge het zo zijn.
Teksten 1 Kor. 1 Kor. 12: 4-11, uit Joh 5.
Marij Kosman:
Heb elkaar lief.
Dat is de boodschap van Jezus aan zijn leerlingen en aan ons.
Centraal in de verhalen over Jezus staat de liefde. De liefdeskracht die uitgaat van Jezus, geneest de mensen. Hij zoekt juist diegene op, die genezing en bevrijding nodig hebben.
Jezus verkondigt de belangrijkste geboden van de Joodse geloofstraditie: ‘Heb je God lief’ en ‘Heb je naaste lief, zoals jezelf’.
Volgens David Flusser, een Joodse wetenschapper, radicaliseert Jezus deze liefdesboodschap. Jezus voegt er nog iets aan toe: ‘Heb je vijanden lief’. Vijanden.
Soms ontdek je de eerste de beste vijand in jezelf. Soms huist er in ons een gewonde, woedende draak, die vuur spuugt bij het minste of geringste. Zo’n draak heeft onze zachtmoedige liefde nodig.
Zachtheid zet aan tot genezing en moed is nodig om de draak te temmen. En dan die draken in de buitenwereld. Als we goed kijken herkennen soms wel iets van die draken. Ook deze draken hebben liefde nodig. Het is niet altijd een sinecure, de liefde.
De weg van de liefde is smal en voert deels door een dorre woestijn.
In navolging van Jezus kiezen we telkens weer voor deze weg.
Ja, Jezus zelf is de weg, hij is de mens geworden liefde van God en hij leidt ons naar het licht.
Wij komen steeds weer als gemeenschap bijeen om elkaar aan deze liefdesboodschap te herinneren en om dit samen te vieren.
René Klaassen:
De symboliek uit dit verhaal is simpel: Jezus zelf zegt: ‘Mijn vader God’, wij gebruiken liever de naam de Eeuwige, ‘is de wijngaardenier’. De initiatiefnemer én de eigenaar van de schepping, die alles mogelijk heeft gemaakt: dag en nacht, licht en duister, de zee en het land de planten de dieren en de mensen : de wijngaard. En toen het af was heeft die Eeuwige ons, eenvoudige gewone mensen, gelovend en niet gelovend, die wijngaard in beheer gegeven.
‘Ik ben de wijnstok’ zegt Jezus en jullie zijn de ranken zegt hij tegen zijn leerlingen en tegen ons. Hij maakt een beslissend onderscheid in belangrijkheid. De vruchten, de druiven, groeien aan de ranken en niet aan de wijnstok zelf. Die beeldspraak wordt bewust gebruikt om de kern, het met elkaar verbonden moeten zijn om vrucht te kunnen dragen duidelijk te maken.
En het gaat allemaal om de vruchten, het uiteindelijke resultaat van alle bemoeienis van wijngaardenier, God, de wijnstok Jezus, de ranken en de hun vruchten, de werkers in de wijngaard, wij en ons geloof. Het gaat uiteindelijk om wat we zelf, samen in verbondenheid ervan maken.
Op een bruiloft veranderde Jezus water in wijn op het moment dat zijn inspirerende werk op aarde begon. Nu ons werk aan deze wijnrank, onze parochie weer van voor afaan lijkt te beginnen, een nieuw scheut aan de wijnrank ontspruit, heb ik even gedacht ook maar wijn mee te nemen, maar die staat er al zoals het hoort.
Wie in de wijngaard mogen werken, of ze nu van het eerste uur zijn of van het laatste maakt niet uit, zijn bezield van de gaven van de geest uit de eerste lezing, ieder met een eigen talent, al twijfel ik aan het feit dat wij wonderen gaan doen.
Laten we met elkaar in die geest verbonden blijven, u, jullie en wij. Moge onze nieuwe samenwerking, ons onderling door die geest verbonden zijn, in de toekomt goede vruchten dragen, waar goede wijn uit voort zal komen. Wijn waar velen, kenners en vreemden, op af zullen komen om ervan mee te proeven.
Laten we met elkaar in die geest verbonden blijven …
Annemie Herinx:
Een gewone doordeweekse dag op ons parochiecentrum. Het is woensdagochtend. In de dagkapel zit een groepje mensen klaar voor bibliodrama; in de sacristie en huiskamer wordt gewerkt aan de nieuwe zangmappen; als ik op het secretariaat kom staat de koffie al klaar; en onze studenten zijn actief met naar het buiten dragen van de groene vuilniszakken. Effata leeft, dacht ik. Mensen, hoe verschillend ook, vinden er hun weg.
Wat bindt al die mensen toch kun je je afvragen, wat brengt ons samen?
Het antwoord ligt besloten in de opdracht van vandaag: ‘’Om vrucht te dragen heb ik jullie gezonden’’. Wij vinden elkaar omdat wij daaraan willen bijdragen, ieder naar vermogen.
Als Jezus praat over vrucht dragen, doelt hij op goede vruchten, vruchten die leiden tot vreugde, tot heelheid, tot een bevrijd bestaan. Erik Borgman, lekendominicaan, zegt in dit verband dat het er op aankomt stevig geworteld te zijn in de dragende grond van ons bestaan. Geworteld te zijn in God, betere grond bestaat er immers niet. Vandaar antwoord geven op het appèl van onze naaste brengt goede vrucht voort. Effata heet het huis waarin wij dit alles mogen leren. Effata heet het huis waarin ik als pastor graag met u verblijven wil, waar wij elkaar kunnen inspireren goede vrucht te dragen. Dan zullen ook hier sporen van God zichtbaar worden.
Frits Muller:
Als je in de jaren '70 naar de bioscoop ging liep je een gerede kans dat de pauze werd ingeleid door gerammel met collectebussen. Daaraan voorafgaand werd er een filmpje vertoond over het Bio-vakantieoord, een instelling voor gehandicapte kinderen. Dat filmpje werd afgesloten door een jongen die, leunend op de rand van het zwembad, zich tot de toeschouwers richtte en zei: “en weet je wat nou zo leuk is: dat mijn ouders niet kunnen zwemmen en ik wèl!”.
We hebben niet allemaal hetzelfde meegekregen, van moeder natuur, van onze ouders, van de Geest en we hebben met die gaven niet allemaal hetzelfde gedaan of kunnen doen.
De één heeft een onwankelbaar geloof ontwikkeld, waar een ander zich over verwondert, dan wel jaloers op is,
de ander heeft een onvoorstelbaar scherp verstand, een goed geheugen, maar is tegelijk in sociaal opzicht beperkt.
Anders gezegd: ieder vogeltje, ieder mensenkind zingt, spreekt zoals het gebekt is...
Dat geldt voor u en dat geldt voor ons als voorgangers. Daarom verteld ieder kort een eigen verhaal naar aanleiding van de texten van Paulus en Johannes
Waar het daarbij om gáát, geeft Paulus aan in zijn brief waaruit we zojuist hoorden.
“Aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen”. Dat “welzijn van allen” in onze geloofsgemeenschap bestaat bij de gratie van ons aller inzet. Inzet met hart en ziel en verstand.
De één heeft daarbij een wat zichtbaarder taak dan de ander.
Maar wat er op zondag in de kerkzaal gebeurt is van zeker zo'n groot belang als het gebeuren hier op het liturgisch centrum.
“Het antwoord van de gemeente”; zo heet in de liturgie úw bijdrage: zingen, bidden, intenties aandragen, delen van brood en wijn, als antwoord op de verkondiging van het woord. Mogelijk heeft u bij dat zingen wel eens getwijfeld over de inhoud van uw antwoord...
Ik heb u geregeld lastig gevallen met eigentijdse liederen, liedteksten waarvan de betekenis niet altijd bij eerste lezing duidelijk was.
Ik ben blij dat ik vanaf nu ook de gelegenheid zal zijn om daarover met u van gedachten te wisselen.
De keuze van liederen, de tekst ervan in het groter geheel van de liturgie is nooit toevallig.
Wat wij zingen vormt samen met de gelezen teksten, de overweging en de gebeden één harmonisch geheel tot eer van God en tot welzijn van deze geloofsgemeenschap.
Zo doende zijn wij, zo heel verschillend als wij zijn, verbonden met elkaar en met allen die ons zijn voorgegaan in de christelijke traditie, vanuit de opdracht die Jezus ooit aan zijn leerlingen gaf: dat wij elkaar liefhebben met de liefde die hij ons heeft toegedragen.
“Liefde” dat Grote Woord, zo abstract, maar soms ook zo concreet.
Tot slot.
Over liefde, zoals die werkzaam kan zijn in, en tussen mensen,
hoorde ik onlangs een opmerkelijk concrete typering (H. O.)
"Ik versta onder liefde: die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van hartstocht en hoofsheid,
van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen,
van lange trouw en spontaniteit, waarmee mensen elkaar bejegenen.
Ik versta onder liefde ook: de denkkracht en de intuïtiekracht,
de wijsheid en de wetenschap en alle fantasie en volharding,
en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, tegen alle afbraak in."
(Einde citaat )
Wat mij betreft vallen de liefde en het leven van de gemeenschap samen,
Het leven van de gemeenschap is immers bedoeld is als uitdrukking van de liefde van God.
Moge het zo zijn.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


