Overweging 16 oktober 2011 door Frits Muller

Jesaja 45,1.4-6

Mattheüs 22,15-21

Beste mensen,

Ook vandaag lezen we verhalen uit een ver tot zéér ver verleden.

Het lied bij het begin van de dienst van het woord kondigde dat al aan.

Verhalen die zo langzamerhand versteend lijken, zo oud zijn ze.

 

Verhalen waarvan sporen nog zijn terug te vinden in woestijnzand,

die ons geloof kunnen versterken, verhalen met een waarheid

die in deze turbulente tijden wel eens vergeten lijkt te worden,

met waarden die uit de tijd lijken te zijn.

Verhalen die bedoeld zijn om licht te brengen in ons vaak verwarrend bestaan.

Vandaag komen ze als geroepen komen, zijn ze actueler dan ooit.

Want wat is er aan de hand?

Uit de beide lezingen wordt duidelijk dat het vandaag gaat over de wil van God aan de ene kant en het gezag van de wereldse machten aan de andere.

Wereldse macht die vandaag de dag aanzienlijk diffuser lijkt dan destijds.

En wat de wil van God is weet bijna niemand meer.

Eerst maar het oudste verhaal.

In het eerste testament, verhaalt de profeet Jesaja van Gods vertrouwen in de Perzische koning Cyrus.

Hij was de koning die in de zesde eeuw voor Christus de Babyloniërs overwon

en de joodse ballin­gen naar Jeruzalem liet terugkeren.

Jesaja noemt deze koning  ‘de gezalfde van de Ene’. (vers 1).

De Eeuwige gebruikt Cyrus als werktuig om zijn uitverkoren volk te bevrijden.

Zo staat het politieke handelen van een wereldse ko­ning in dienst van Gods heilsplan.

Een heidens machthebber wordt aangekondigd als be­vrijder in Gods Naam. Daardoor zullen alle vol­ken weten dat er buiten de Ene geen god is.

Volgens de bijbelse profetische traditie was een koning aanvaardbaar,

op voorwaarde dat hij geen potentaat werd, zich niet boven zijn volksgenoten verheven achtte, en dag na dag de Tora in praktijk bracht (Deut. 17, 14-20).

Kortom, de koning moest zogezegd ‘aan God geven wat God toekomt'.

Weinig koningen ontkwamen aan het grote gevaar zichzelf als een god te gaan gedragen.

Daarom staan profeten als 'kri­tische instantie' naast, en desnoods tegenover de koning.

De profeet wijst de koning aan, zalft hem namens de Eeuwige en bemoedigt hem in moeilijke uren.

Maar zodra een koning in eigen naam gaat regeren, zijn macht misbruikt en het recht verkracht, vindt hij de profeet op zijn weg.

Zo maakt Samuel aan Saul zonder omwegen duidelijk, dat God hem verworpen heeft (1 Sam. 15, 23) En koning David komt ten tijde van de profeet  Nathan niet weg met overspel en moord (2 Sam. 12).

Zij hebben het geweten: "Hoor Israël, de heer onze God is de enige, heb hem lief met heel uw hart en leef Zijn geboden na!"( Deut. 6, 4 e.v).

Wat betekenen deze woorden?

God erkennen heeft, denk ik, niet alleen te maken met het zeggen dat God bestaat, op een objectieve manier.

Maar meer nog met het erkennen dat je inlaten met God invloed heeft op je leven, dat het iets in mensen verandert.

Het maakt verschil in ons denken, in ons doen en laten.

God zet mensen in beweging, zo vertellen ons de oude verhalen,

ook mensen buiten het uitverkoren volk stuurt Hij de goede richting in.

God beweegt rich­ting vrijheid en koning Cyrus beweegt met Hem mee.

Koningen en keizers willen wel eens blijven zitten waar ze zitten, namelijk op pluche en fluweel.

God wil dat niet zo verhaalt de bijbel, God wil verder. .....  “Hij, zal niet slapen, onze God,  Israëls behoeder”, zo zongen we daarstraks psalm 121 na.

Want zijn koninkrijk op aarde is immers zijn én ons perspectief ...................

Aardse tronen staan er niet voor eeuwig

De Noord-Afrikaanse revoluties van afgelopen voorjaar, de ontwikkelingen in het Midden-Oosten leren dat, hoe onzeker de afloop ook is.

En de keuze van de winnaars van de Nobelprijzen voor de vrede vorige week bevestigen het.

Maar ook het recente verzet tegen het alles beheersende financiële systeem past in deze ontwikkeling: als vorsten tirannen worden moe­ten ze weg, ook al zijn zij niet direct als zodanig herkenbaar.

Dan betekent 'geef de keizer wat de keizer toekomt', niets anders dan 'geef de keizer wat hem toe­komt en dat is dat hij verdwijnt'.

Ook hier geldt het eigentijdse woord dat God geen andere handen dan de onze heeft om zijn wil te doen. En zijn profeten gingen ons daarin voor.

In de evangelielezing zien we ook Jezus vandaag optreden in het spoor van Israëls profetische traditie. Jezus, sprekend zijn Vader …………….

Opnieuw willen zijn tegenstanders hem in de val laten lopen door hem, na een vleiende inleiding, een lastige vraag te stellen: is het geoorloofd aan de keizer belasting te betalen of niet?

Maar Jezus geeft zich niet bloot. Hij zegt zoiets geheimzinnigs als:

'Als je dan toch munten hebt met de keizer erop, voeg je dan ook maar naar zijn belastingsysteem'.

Hij staat niet a priori afwijzend tegenover de keizer en het staatsbestel: 'Geef aan de keizer wat de keizer toekomt'.

Maar ook hier onder een belangrijke, kritische voorwaarde: dat aan God gegeven wordt wat God toekomt. Dat is in feite de inzet en de inspiratie van heel zijn leven: aan God geven wat van

God is. *)

Hoe doen wij mensen dat? Want je ontkomt er niet aan om verder te denken rond dat woordbeeld.

Zoals de belastingmunt het beeld van de keizer draagt  - en daarom maar aan hem teruggegeven moet worden - zo draagt de mens het beeld van God.

Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis komt de mens alleen maar tot zichzelf als hij, als zij aan God opgedragen of teruggegeven wordt.

Gods wereld is het thuis van de mens, dat geloven wij.

Wanneer die zich uitlevert aan andere machten raakt de mens vervreemd van zichzelf.

Hoe dan, wanneer gebeurt dat?

Je raakt vervreemd wanneer je niet meer weet of je wel volgens je eigen aard, je roeping, naar je eigen opdracht leeft. *)

Dat voelt als lopen op drijfzand.

En dan die keizer, die munt; hoe zit dat feitelijk bij ons?

Aan God geven wat God toekomt?.

Hoe doe je dat, aan God geven wat God toekomt?

Het is niet teveel gezegd dat we in turbulente tijden leven. Onze keizers van vandaag de dag, de Europese regeringsleiders, de financiële markten, zijn in verwarring.

Van absoluut gezag zoals in de tijd van koning Cyrus is geen sprake meer en menigeen vraagt zich zelfs af of democratie wel het meest geschikte systeem is om uit de bestuurlijke en financiële verwarring te geraken.

De financiële markten eisen van regeringen en parlementen snelle besluitvorming. Maar degenen die het flitskapitaal de wereld rondsturen op zoek naar het hoogste rendement leggen aan niemand verantwoording af.

Intussen wordt op Wall Street en op steeds meer plaatsen elders gedemonstreerd tegen deze ongrijpbare machten en vóór werkelijke democratie.

Overal ter wereld worden - om binnenlandse politieke redenen - noodzakelijke besluiten opgeschort en worden allianties gesloten met duistere krachten.

Als steeds betalen de zwakkeren en de zachte krachten in de samenleving

de prijs, mensen en zaken die economisch van ondergeschikt belang lijken

zoals het milieu, ofwel in geloofstaal: de schepping.

Tot slot.

Tot slot zag God aan het eind van de zesde dag dat het zeer goed was........

Het is de vraag hoe wij onze Schepper kunnen blijven prijzen in het zingen van een Glorialied, een lofpsalm, dankzeggen in een gebed, zonder ons de opdracht vanuit het evangelie voor ogen te houden,

In de woorden van vandaag: aan God te geven wat aan God toekomt.

De “keizer” partij geven, dat wil zeggen: medewerking aan de wereldse machten wanneer die levenskansen scheppen voor mensen, het onrecht terugdringen,

de schepping in ere houden.

Maar tegenspraak of protest uiten, in opstand komen desnoods als zij onrecht bedrijft en onze levensvoorwaarden verontachtzamen.

Niet voor niets ziet hét symbool van de ongebreidelde economische macht, Wallstreet in New York, voor haar deuren een ongekende verzetsbeweging groeien tegen de macht van het geld, de ondoorzichtige verbindingen met de politiek en de zeer ongelijke welvaartsverdeling, een beweging die wereldwijd aan het groeien lijkt te zijn

Het zwaartepunt van Jezus' antwoord aan de Farizeeën ligt in de laatste zin: geef aan God wat God toekomt. Slechts onder die voorwaarde kun je aan de keizer, aan de wereldse machten het hunne geven. Zoek eerst het koninkrijk en zijn gerechtigheid. Hoe je ook met 'de keizer' verkiest om te gaan - doe het steeds zó, dat 'de gerechtigheid van het koninkrijk Gods kan doorbreken.

Mogen ook wij zo doen. Amen

*) Nol Hogema 20 oktober 1996