Overweging tweede zondag van de advent 2011
Overweging 4 december 2011 door Annemie Herinx
Eer die komt. Zie, ik zend mijn bode voor u uit
Afgelopen week bezocht ik een van onze parochianen. Zij heeft recentelijk een zware hartoperatie ondergaan, waarbij vijf bypasses geplaatst zijn. Vijf nieuwe toegangswegen tot het hart. Ik moest eraan denken bij de lezingen van vandaag. ’Maak recht de paden van de Heer’. Ruim obstakels op die in de weg staan, zodat het bloed, de Geest van God, weer vrijelijk kan stromen.
Op onze weg door het leven komen we obstakels tegen. Bergen en dalen belemmeren het zicht op de weg. De obstakels worden soms zo groot dat we gedesoriënteerd raken en het spoor (van God) bijster zijn. Als dat zo is regeert de donkere nacht over ons leven. Dan kunnen we maar moeilijk geloven dat ooit een nieuwe dageraad zal aanbreken. Vervreemd zijn we van onszelf, vervreemd zijn we van God. Anders gezegd: we verkeren in ballingschap. Hoe kunnen wij zicht houden op betere tijden?
"Zie, Ik zend mijn bode voor u uit". De geschiedenis leert dat in tijden van nood profeten opstaan, bodes door God gezonden. Zij bieden hoop in donkere dagen. De profeet Jesaja is de zanger van het Joodse volk als het in vijandig gebied, ver van huis, gevangen zit. Met zijn troostliederen wakkert Jesaja het verlangen aan naar een thuiskomst, ooit. Hij vertolkt het heimwee naar Jeruzalem, maar biedt ook uitzicht. In zijn visioen ziet hij een nieuwe weg, kaarsrecht door de woestijn, linea recta naar Jeruzalem. Een weg waarlangs de ballingen ooit terugkeren, met de eertijds geroofde schatten van de tempel in hun bezit. Een weg waarop de heerlijkheid van God zich opnieuw zal openbaren. God laat zijn volk niet in de steek.
600 jaar later behoort het Babylonische rijk tot een ver verleden. De Romeinen zijn aan de macht. Ze overheersen wreed en inhalig. Zware belastingen moeten worden betaald. Elk vrijheidsstreven wordt hardvochtig de kop ingedrukt… In die benarde omstandigheden herinnert het Hebreeuwse volk zich een oud lied. Het lied van Jesaja, klinkt opnieuw. Johannes de Doper zingt het in de woestijn. Hij preekt een doopsel tot bekering, tot vergeving van de zonden. Doe mee, lijkt hij te zeggen, een ander leven is mogelijk. Maak recht de weg van de Heer. Ruim op alle obstakels die verhinderen dat Gods Geest over ons komt. Johannes doet daarmee een sterk appèl op zijn toehoorders om in actie te komen. Wees waakzaam, want na mij komt Hij die sterker is dan ik. God zelf komt ons tegemoet. God laat zijn mensen niet in de steek.
Wij weten wie er na Johannes de Doper komt. Al meer dan 2000 jaar laten wij ons door Hem, door Jesus Christus, inspireren en bemoedigen. Elk jaar weer staan wij stil bij zijn komst. In de Adventstijd bezinnen wij ons op wat wij kunnen doen om voor Hem de weg te banen. In de stilte van ons bidden kunnen we eigen obstakels onder ogen zien. Aankijken, accepteren, en misschien zelfs verwelkomen. Een eerste stap om ze uit de weg te ruimen en de weg vrij te maken. In de stilte van ons bidden kunnen wij wachten en hopen. Luisteren naar het lied van Jesaja. Daarmee krijgt ons verlangen ruimte. En dit verlangen is het begin van de omkering. In het verlangen komt God Geest tot leven en breekt open wat is vastgelopen, voegt samen wat uit elkaar is gevallen en maakt het ongedachte mogelijk. Obstakels verdwijnen als sneeuw voor de zon, heuvels worden geslecht, dalen gevuld en de weg van de Heer geëffend. God laat ons niet in de steek.
In de Bijbelgroep stelde een van ons de vraag wat wij als gemeenschap kunnen doen om de weg te effenen en de blijde boodschap uit te dragen. Een vraag waar wij niet direct een antwoord op wisten. Een vraag om mee naar huis te nemen en samen verder over na te denken. Volgens de lekendominicaan Erik Borgman zijn wij in deze tijd vergeten hoe wij het visioen van profeten gestalte kunnen geven. We weten niet meer hoe wij het goede, het door God bedoelde leven van vrede en gerechtigheid kunnen realiseren. Lange tijd dachten wij daarin zelf de weg te kunnen vinden, zonder hulp van de hemel. Maar hedendaagse benaderingen lijken niet meer te werken. Creëren eerder wanorde in plaats van orde. Misschien wordt het tijd voor bescheidenheid. Tijd onze ogen opnieuw naar boven te richten. ’Want’’, aldus Erik Borgman: ‘’Alleen Hij die woont in de hemel kan ons opnieuw het mandaat van de hemel schenken’’.
Wij mogen hoopvol uitzien. Mensen blijven verlangen naar iets of iemand die hun optilt. Er zijn nog steeds plaatsen waar mensen biddend en zingend samenkomen. Plaatsen waarin geloofd wordt in wat Timothy Radcliffe, dominicaan, noemt: ‘’the victory of goodness’’ (de overwinning van het goede). Op die plaatsen blijven sporen van God zichtbaar. Nieuwe profeten staan op, mannen en vrouwen, om het goede nieuws te verspreiden. Eerst een lichtbaken, dan twee en vervolgens een hele weg. Wij kùnnen de weg bereiden waardoor opnieuw uitzicht komt op een heilzaam en duurzaam leven. Dat mag onze hoop én opdracht zijn aan al wat adem heeft. Moge het zo zijn.
Amen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|


