Overweging 18 december 2011 door Arjan Broers

Broeders en zusters

Een tijdje geleden dronk ik koffie in de Titus Brandsmakapel in Doddendaal, bij Het Kruispunt. Ik sprak er Alex, die momenteel in een tentje op het Valkhofpark woont, bij de mensen van Occupy. Daar valt hij niet bijzonder op: zonder huis, wonend in een tent. Hij lijkt er even normaal.

Alex vertelde me van zijn fascinatie voor Athanasius Kirchner, een zeventiende-eeuwse jezuïet die de joodse kabbala vertaalde. Het systeem van 22 Hebreeuwse letters past in de kabbala in een systeem dat het hele universum omvat en indeelt. ‘Voor mij is het de perfecte match tussen alchemie en meditatie’, zei hij. ‘Ik heb dat systeem ook op mijn rug getatoeëerd, want ja, ik wel best meer structuur in mijn leven.’
‘Nu ik bij Occupy zit word ik weer creatief’, voegde hij eraan toe. ‘Ik ben ook weer aan het schrijven.’
‘Wat schrijf je dan”, vroeg ik.
‘Horror, humor, porno en over magie’, somde hij op.

Het duurde even voordat ik mijn pogen om orde te scheppen in Alex’ verhaal losliet. Ik keek naar zijn gezicht, zijn vlassige baard, zijn nerveuze roken en zijn lange haren in een staart. Ik voelde zijn vriendelijkheid en zijn vermogen om, ondanks de chaos, vriendschap te hebben. Al was het dan maar even.
We namen hartelijk afscheid.

Toen ik later aan deze ontmoeting terugdacht, met een gevoel van dankbaarheid, was ik blij dat ik opgegroeid ben als christen. Onze traditie schrikt niet van een ongerijmdheid of twee – ze lijkt er juist van te houden. Gods zoon, geboren in een stal, gestorven aan het kruis. Dwaasheid is het. Aanstootgevend eigenlijk. En toch…

Of wat dacht u van de lezingen van vandaag: David die te horen krijgt dat hij geen tempel voor God hoeft te bouwen. God woont liever in een tent. Sterker nog: God belooft voor David een huis te bouwen.
En dan de evangelielezing: Maria hoort dat ze zwanger zal worden van de Heilige Geest. Haar nicht Elisabeth is al zwanger, hoewel ze op leeftijd is en onvruchtbaar is. Want voor God is niets onmogelijk, staat erbij.
Er had ook kunnen staan: God zet alles wat wij brave beperkte mensen bedenken graag op z’n kop.

Maar onze cultuur heeft een hekel aan ongerijmdheden. Als we een probleem zien, dan gaan we eerst klagen, dan gaan we het analyseren, aanpakken en oplossen. Tot het volgende probleem opduikt.
En gek: er zijn er altijd genoeg: problemen. Het lijkt wel of het er aldoor meer worden. Maar we blijven verwoed werken, vergaderen, organiseren om alles eens – eens – echt helemaal goed te krijgen.
Dat hopen we althans.

Alex heeft problemen genoeg. Hij is snel in de war, krijgt zijn zaken niet op orde. Als hij iets heeft, geeft hij het uit of geeft hij het weg. En zoals Alex zijn er velen, ook in onze stad. Mensen die voor problemen zorgen. Overlast. Kosten.

Het lijkt wel alsof we er steeds minder goed tegen kunnen, in onze samenleving. Armen, beperkten, vreemdelingen, criminelen: ze moeten van alles. Ze moeten geactiveerd worden, heet het netjes. En daar is niet zo veel mis mee. Als het begint bij de wil hen te betrekken bij de rest van de samenleving.
Maar meestal zit er een ‘want anders’ achter. Want anders korten we je uitkering. Want anders mag je de zorg zelf betalen. Want anders ga je maar werk doen dat wij je opdragen. Want anders betaal je je eigen taallessen maar. Want anders
Geen compassie, geen uitnodiging, maar dreiging.

Inmiddels gaat het verder, vind ik, de beeldvorming over de onderkant van de samenleving. Armen, daar begint het op te lijken, deugen niet. Ze willen niet werken. Ze drinken te veel. Ze proppen zich vol met vet eten. Ze zijn onbeschoft. Ze voeden hun kinderen slecht op.
‘Ze’, en trouwens iedereen die niet deugt, moeten hard aangepakt worden. Wat zeg ik: keihard. Wat zeg ik: snoeihard. En trouwens: armoede, onze premier heeft het zelf gezegd, dat bestaat hier niet.

Het Kruispunt is een plek die kerk is, in een oerbetekenis van dat woord. Daarmee bedoel ik: een plek om te komen, omdat er al Iemand is. Een plek waar je welkom bent en bij naam wordt gekend. Een plek die geen nut heeft, omdat het niet over nut gaat – maar over zin.

Straatmensen komen op verschillende dagen in de week naar de Titus Brandsmakapel voor een kop koffie en een luisterend oor, en om elkaar te zien. Ze komen er schilderen in het wekelijkse Atelier voor Overlevingskunst, en voor een soort van viering op zondagmiddag. Elders in de stad zoeken de pastor, de coördinator en de vrijwilligers van Het Kruispunt hen op. Op straat, in opvangcentra, ziekenhuizen, gevangenissen – en op de baan waar vrouwen tippelen.

Het Kruispunt doet niet aan deurbeleid. Er zijn geen intakeformulieren. Ja, als er een echt vervelend wordt, dan is daar het gat van de deur. Maar als hij of zij morgen weerom wil komen, dan kan dat.

Ik ben bestuurslid van Het Kruispunt. Ik ben dat geworden een tijd na het echec – want zo heb ik het ervaren – van de afgeketste samenwerking van mijn voormalige kerk aan de Groesbeekseweg met de andere partners van Effata.
Dat heeft me zeer gedaan. Vooral omdat mijn hoop om als kerk energie over te hebben, om iets te betekenen voor anderen en niet zo druk bezig te zijn met onszelf, omdat die hoop de bodem werd ingeslagen.
Zo’n straatkerk heeft over. Al is het maar een open ruimte waar iedereen welkom is. Gewoon, zoals hij of zij is.

U weet hopelijk dat Het Kruispunt een moeilijke tijd doormaakt. De overheden trekken zich terug, en ook fondsen hebben minder te besteden. We hebben het dit jaar gered door de vrijgevigheid van instellingen, kerken, bedrijven en burgers.
Dat is mooi, want ondanks de onzekerheid voelen we ons nu meer dan voorheen gedragen door de Nijmeegse samenleving. Achter in de kerk vindt u folders van onze actie: ‘Mensen van de stad, voor mensen van de straat’. Als u wilt, kunt u lid worden van de Club van 100: burgers die elk jaar 100 euro – of wat minder – geven.

In die open ruimte van Het Kruispunt, merk ik, heb ik niet alleen iets te geven, ik krijg er ook iets. Ik ben er iets aan het leren.

En dat is dit: iedereen die in Het Kruispunt komt heeft problemen. En niet zo zuinig ook. Maar die problemen worden niet geanalyseerd of aangepakt, laat staan opgelost. En wat mij nu zo boeit: dat is niet erg. Ja, de problemen zijn erg: de verslavingen, de ruzies met instanties, de verwarring, de armoede, het verdriet, het bedelen, de ziektes, de dagelijkse strijd om te overleven.
En dat gaat meestal niet goed, zelfs het overleven niet. Er zijn elk jaar begrafenissen vanuit Het Kruispunt, vaak van angstwekkend jonge mensen die letterlijk uitgeleefd waren.

Maar toch is het niet erg, omdat er dwars door alle moeilijkheden heen ook warmte, veiligheid en contact is. Er is leven: vrolijk, gek, aardig, verdrietig, wanhopig, boos en blij. Er is leven, dwars door alle problemen heen. Niet lang misschien, maar genoeg om weer een dag verder te kunnen. Genoeg om weer even gevoel te krijgen voor wie je ook weer was, wie je ook weer bent: een mens, een kind van God misschien wel, iemand die gezien wordt en kan zien.

Ik geloof dat het tot de kern van de weg van Jezus hoort om juist de onaanzienlijken aan te zien. Niet uit liefdadigheid, en ook niet om de samenleving te kunnen managen, maar omdat contact met de onaanzienlijken iets onthult van wat heilig is.
Dat heilige zou bijvoorbeeld kunnen zijn: dat het recht van de sterkste primitief is en dom. Dat kwetsbaar durven zijn juist getuigt van kracht. En dat samen delen een kracht oproept die we niet kunnen bevatten.

Het heilige zou kunnen zijn dat vruchtbaar wordt wie onvruchtbaar is.
Dat God liever in een stal geboren wordt dan in een paleis.
Dat Hij liever in een tent woont dan in een huis van steen.

Het heilige zou kunnen zijn dat God ons een huis wil bouwen.

Dat het zo mag zijn.

Openingsgebed

God, vader, moeder, of wie je ook bent,
Jij die begin bent en einde, en die ons draagt,
Jij van wie Jezus van Nazareth vervuld was,

Open onze harten voor Jou, en voor elkaar.
Leer ons onze fouten en angsten te omarmen.
Hier in dit uur, in deze ruimte die Jij bent:

Wees er.

Voorbeden

Bidden wij voor de mensen van Het Kruispunt,
bezoekers en vrijwilligers.
Dat zij leven en vriendschap blijven vinden en delen,
midden tussen alle moeilijkheden.

Slotgebed

God, vader, moeder, of wie je ook bent,
trek met ons mee
alle dagen van ons leven,
waarheen wij ook gaan.